Documentatie
Route naar Santiago
Wie vanuit België naar Santiago stapt, neemt best een tentje mee. Wie veel centen heeft, kan ook elke avond op hotel. Betaalbare overnachtingsplaatsen vind je pas vanaf Le Puy en op de GR 65. Maar laat je niets wijsmaken: betalen moet je tegenwoordig overal in Frankrijk en vaak is het niet goedkoop. In Spanje heb je refugio’s bij de vleet, en de meeste hiervan werken met het systeem van de "donativo". Deze "‘vrije" gift is echter steeds vaker verplicht. Om in een refugio te kunnen overnachten, moet je een zegelboekje hebben. Dat kan je aanvragen bij het Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela
(www.compostelagenootschap.be).
In Frankrijk is de weg bewegwijzerd met GR-tekens, in Spanje met gele pijlen. Meer info vind je op www.gr-infos.com en op de spaanstalige sites www.jacobeo.net en
www.caminosantiago.org/cpperegrino/peregrino.html.
De meeste pelgrims volgen de klassieke Camino Francès. De belangrijkste troeven van deze route zijn het culturele erfgoed, het ruime aanbod aan goedkope slaapplaatsen en het gezelfschap van andere pelgrims. Wie eerder op rust gesteld is, kiest beter de Camino del Norte, die langs de kust loopt. In de meeste kaartenwinkels vind je een ruim aanbod aan routekaarten. Oikoten haalt haar routes meestal bij www.nomade.be.
Wie zelf een route wil uitstippelen kan voor Frankrijk gebruik maken van de IGN-kaarten op 1/100.000. Helaas bestaan gelijkaardige kaarten voor Spanje bijna niet. En als ze er zijn, krijg je ze niet makkelijk vast en zijn ze nogal eens van minder goede kwaliteit. Ter plekke in de dichtstbijzijnde grote stad gaan snuffelen, is vaak de boodschap. Indien je de kaarten op 1/25.000 zou hebben die uitgegeven worden door het Instituto Tecnológico Geominero de España, ben je al een heel eind verder, maar reken maar eens uit hoeveel kaarten je dan niet nodig hebt. Wie het toch wil wagen, kan eens proberen op de volgende link:
www.ign.es/ign/es/IGN/Map_Ima_ConUltEdi_det_1.jsp
Alternatieve pelgrimsroutes: Oikoten organiseert niet alleen staptochten naar Compostela, maar vaak ook avontuurlijker alternatieven. Hiervoor heb je goede kaarten nodig. Wat je niet in de winkel aantreft, kan je soms gewoon downloaden. Voor stappers die eens iets anders willen zien dan het graf van Jacobus is dit een handige kaartenlink:
www.lib.utexas.edu/maps/map_sites/country_sites.html Hierop kan je de gekste kaarten downloaden, ook van gebieden waar je nog nooit van had gehoord, of waarvan in onze westerse wereld geen kaarten te koop zijn.
Wat zit er in elke Oikoten-rugzak:
Tent 2.5kg + plastic grondzeil / een slaapzak / een slaapmatje / 1 gore-tex regenjas en regenbroek / 1 rugzak-regenhoes / een fleecetrui / een 4-tal t-shirts en onderbroeken / 2 lichte katoenen broeken (geen jeansstof) of trainingsbroeken / een short / 1 lichte fleece-sweater of lamswollen trui / een ruime katoenen sjaal (de typische Palestijnse sjaal wordt meestal als handdoek gebruikt) / 3 paar stapkousen / teenslippers / een opinel-zakmes / een vork en lepel / een plastic eetbord of gamel / drinkbeker / plastic drinkfles (een gebruikte fles Bru is prima) / 1 hoofdzaklamp / kompas / schoenvet / 1 kookvuurtje / minstens 1 kookpot / blikopener / 1 waterkruik 3 of 5 liter / ehbo / toiletgerief / naaigerief / waspoeder Verder heb je zeker een paar goede bergschoenen categorie B nodig (vibram vlot herzoolbaar). Wijzelf kiezen nog steeds voor een lederen schoen, omdat de waterdichtheid van gore-tex schoenen op een termijn van 4 maanden niet voldoet. Optioneel voor barre omstandigheden: 1 poncho / binnenslaapzak uit fleecestof / 1 fleecebroek / thermisch ondergoed / handschoenen / muts / fleecesjaal / getten (‘gamachen’) / zonnebril / Wie zich afvraagt of 4 t-shirts of onderbroeken wel volstaan, mag niet vergeten dat de stapper betracht om dagelijks of om de twee dagen wat kleren te wassen. Vaak neem je wat kleren mee de douche in. Je rugzak is een uitstekend droogrek, ook als de zon niet schijnt. Bij regenweer moet je, zoals dat heet, creatief zijn. Wie aandringt zal, ook in Frankrijk, in de meeste gemeentes kunnen rekenen op een overnachting in een gemeentezaaltje of sporthal, waar je makkelijker spullen kan drogen dan in je tent.
Tips voor het opstellen van een route:
- Bouw de kilometers progressief op om kwetsuren te vermijden. Zeker de eerste stapweken mag je niet overdrijven. Bij de tochten die in bergachtig terrein vertrekken (bvb. Centraal Massief in Midden-Frankrijk) is een voorzichtige start geboden.
- De eerste rustdag mag al na 6 tot 7 dagen komen. Verderop in de tocht zijn ze minder nodig om fysiek te recupereren en kan je ze om de 10 dagen inbouwen. Het is leuk om je rustdagen door te brengen in een klein stadje (of groot dorp) waar winkels, cafeetjes, een bank, een wasserette en mogelijk een camping of gîte te versieren vallen.
- Volg zoveel mogelijk natuurpaden (GR) en kleine wegen. De GR’s maken echter soms rare kronkels. In dit geval snijd je beter hier en daar af langs de baan. Grote steden vermijd je best. Indien die stad toch op je route ligt, stap er dan dwars doorheen, met een beetje geluk vermijd je op die manier het grootste deel van de lelijke langgerekte buitenwijken.
- Bij het opstellen van je dagtrajecten is het belangrijk om rekening te houden met volgende punten:
Het terrein: 1 kilometer langs een rivierbedding loop je een pak sneller dan 1 kilometer bergop. Op een GR loop je geen 5 km per uur. Hoogteverschillen en de aard van de grondsoort onder je voeten spelen aldus een belangrijke rol bij het bepalen van je dagtraject. Bij het berekenen van je kilometers (bvb. aan de hand van een rolletje) tel je best ruim. Zeker bij een GR die de heuvels, bergen of bossen in kronkelt mag je gerust bij het dagresultaat 2 à 3 kilometer bij doen. Meet je langs de banen, afhankelijk van het aantal bochten, 1 à 2 km.
Het seizoen: de zomermaanden staan voor: bosrijke gebieden, bergen, lange lichte dagen en lange siësta’s wegens te heet op de middag. (35 km stappen is in de zomer af en toe haalbaar als het niet teveel op en af gaat.) De wintermaanden symboliseren: risico’s op sneeuw (zeker vanaf een bepaalde hoogte), korte dagen (snel donker), modderige paden, etc. (30 km stappen kàn af en toe, maar dan moet je erg vroeg uit de veren.)
De wegen en paadjes: fijne zwarte lijntjes op de kaarten bieden alternatieve en pittoreske afsnijdingen maar je houdt er best rekening mee dat ze in praktijk vaak niet meer bestaan (de boeren ploegen hun velden graag ruim om). Het is heel zeker leuk en avontuurlijk om hier en daar een doorsteek te maken, bereid je er alleen op voor dat het niet altijd een winst in tijd betekent.
De grootte van de dorpen die je onderweg tegenkomt: dit is belangrijk voor de bevoorrading. Te kleine dorpen hebben geen winkel meer en de rijdende winkel passeert meestal maar enkele keren per week. Op sommige kaarten (bvb.IGNkaarten van Frankrijk 1:100.000) kan je het aantal inwoners aflezen. Minder dan 300 inwoners betekent normalerwijze geen winkel, de grens ligt meestal rond de 500 inwoners. Verder speelt de aanwezigheid van een grote baan ook een rol. Eens je onderweg bent zal je dus af en toe vooraf moeten vragen als je zeker wil zijn van bevoorrading. Mogelijke feestdagen van het land waarin je je bevindt. Dit is ook weer belangrijk voor bevoorrading. Je mag dan in een stadje komen net voor je voor drie dagen de bergen in trekt, als de winkels dicht zijn heb je er niet veel aan. In de bergen liggen soms dorpen die zo goed als verlaten zijn. In het oogstseizoen wonen er soms nog mensen, maar buiten die korte periode kan je er vaak zelfs geen water meer vinden.
