Aanbod
Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag
Beknopte visie
Uit onderzoek blijkt dat veel volwassen plegers van seksueel geweld reeds op minderjarige leeftijd hun eerste delict pleegden. Daarnaast blijkt ook dat er meer recidive is bij jeugdige plegers die geen therapie volgden dan bij jongeren die wel begeleid werden. (Voor vorming zijn er tot dusver geen cijfers, aangezien het hier een nieuwe invalshoek betreft.) Het maatschappelijk belang van vroegtijdig ingrijpen behoeft dus weinig betoog. Seksualiteit is bij jongeren volop in ontwikkeling en inadequaat seksueel gedrag op jeugdige leeftijd kan doorheen deze ontwikkeling steeds grotere proporties aannemen. Dit ingrijpen dient vooral gericht te zijn op het voorkomen van recidive. Vanuit het ‘good lives model’ van Ward vinden we het belangrijk rond terugvalpreventie te werken maar tevens groei te bevorderen in het leven van de jongere en alternatieve en aangepaste gedragingen aan te reiken.
Doelgroep
Het leerproject richt zich tot jongeren tussen 12 en 18 jaar oud die seksueel grensoverschrijdend gedrag gesteld hebben. Dit omvat zowel zogenaamde hands-on als hands-off delicten (bij deze laatste treedt geen fysiek contact op tussen dader en slachtoffer). Een breed spectrum aan feiten kan hierin passen (bijvoorbeeld aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, groepsverkrachting, exhibitionisme, voyeurisme, frotteurisme, kinderpornografie, seksuele stalking, ...). Een mogelijk exclusiecriterium is totale ontkenning van de feiten (dit is niet hetzelfde als ontkenning van verantwoordelijkheid voor wat er gebeurd is).
Doelstellingen
Hoofddoelstelling is het voorkomen van nieuwe slachtoffers en het bevorderen van een adequate seksualiteitsbeleving. Met oog op terugvalpreventie is het belangrijk de jongere meer inzicht te verschaffen in de door hem/haar gepleegde feiten. Bedoeling is dat de jongere erkent dat en begrijpt waarom zijn/haar feiten seksueel grensoverschrijdend zijn, en welke factoren dit gedrag mede hebben veroorzaakt en/of in stand gehouden. Aan de hand van dit inzicht kan vervolgens gewerkt worden rond het onder controle houden van dit gedrag en er meer verantwoordelijkheid voor opnemen. Daarnaast wordt tevens rond het bevorderen van slachtofferempathie gewerkt en komen uiteenlopende relationele, seksuele en sociale vaardigheden aan bod.
Vorm en inhoud
Het leerproject SGG is een individueel project met een maximum van 30 contacturen. Bij de aanvang wordt gewerkt rond wat misbruik precies is. De jongere leert meer over de eigen grenzen en die van een ander, leert waarom bepaalde dingen niet door de beugel kunnen en leert slachtoffersignalen onderkennen. De daaropvolgende gesprekken gaan over het ABC-model en interpretaties. Aan de hand van het ABC-model leert de jongere dat zijn/haar handelingen steeds beïnvloed worden door de interpretaties die hij/zij maakt. Een jongere leert dat zijn interpretatie niet de enige is en dus ook niet perse steeds de correcte.
Het grootste deel van de bijeenkomsten wordt besteed aan de delictketting. De ketting stelt de serie met elkaar verbonden stappen voor die voorafgaan aan de feiten. Het plegen van misbruik is immers geen plotselinge gebeurtenis, ook al lijkt dat soms zo. Het is het eindresultaat van een ketting van gedragingen, gedachten en gevoelens. Het opsporen van de eigen ketting zorgt ervoor dat de jongere meer inzicht krijgt in de dingen die aan het misbruik voorafgaan. Zo kan hij/zij risicosignalen voor zichzelf leren herkennen en tijdig de ketting doorbreken in een volgende situatie.
De ketting wordt eerst doorlopen voor andere voorbeelden, zodat de jongere goed begrijpt wat de verschillende stappen precies inhouden. Nadien wordt stap per stap de ketting van de jongere zelf opgemaakt. Na het opstellen van de ketting wordt samen met de jongere gezocht naar concrete uitgangspoorten, concrete manieren om uit de ketting te stappen.
Vervolgens worden een tweetal bijeenkomsten besteed aan het bevorderen van slachtofferempathie, waarbij de jongere leert zich beter in te leven in de denk- en gevoelenswereld van het slachtoffer(s).
De laatste twee gesprekken tenslotte gaan rond een thema dat de jongere zelf kan kiezen uit een lijst vooropgestelde thema’s. Deze omvatten bijvoorbeeld verliefdheid en versieren, masturbatie, vrienden maken, holebi, zelfbeeld en zelfvertrouwen..., vooral thema’s vanuit relationele en seksuele vorming dus.
Verwijzingsmodaliteit
Jongeren worden doorverwezen door de jeugdrechter naar aanleiding van een als misdrijf omschreven seksueel gerelateerd feit. Daarnaast kunnen eveneens doorverwijzingen komen via de jeugdrechter wanneer de jongere op het ogenblik van de feiten reeds gekend is bij de jeugdrechtbank binnen een POS-dossier. Ook verwijzingen door andere instanties bijvoorbeeld via het Comité of het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling zijn mogelijk.