--------------------------------- Gambas
Voorstelling
Visie
Wettelijk kader
Aanbod
Engagementsverklaring
Getuigenissen
Documentatie
Links
Veel gestelde vragen
Medewerkers
Contact
---------------------------------

---------------------------------

---------------------------------
Copyright © Alba v.z.w.
Alle rechten voorbehouden.
 
Update van: 24 november 2010
© md webdesign
» intranet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wettelijk kader

 

Gambas begeleidt jongeren bij de volgende maatregelen, die hen opglegd worden door de jeugdrechtbank : de gemeenschapsdienst en diverse leerprojecten.
In de volksmond heeft men het over alternatieve straffen, alternatieve sancties, werkstraffen, alternatieve maatregelen. Het zijn begrippen die veelal dezelfde lading dekken.
Jongeren hebben het bij de leerprojecten ook soms over ‘lessen’; gelukkig zelden over ‘school’.

De wettelijke basis voor de projecten die Gambas begeleidt, bevindt zich in de ‘wet op de jeugdbescherming’. Deze draagt sedert de laatste wijzigingen van 2006 de lange naam : “wet op de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit pleegden en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade”. 
Deze wet somt onder meer de maatregelen op die de jeugdrechtbank kan nemen ten aanzien van de jongere die werd aangebracht omwille van het plegen van strafbare feiten, of als misdrijf omschreven feiten (MOF).

Men heeft het officieel over ‘maatregelen’ in plaats van ‘straffen’ of ‘sancties’ omdat het over minderjarige verdachten of daders gaat. Zij dragen een andere mate van verantwoordelijkheid dan meerderjarigen. Ze heten nog ‘opvoedbaar’ te zijn.
Men spreekt ook over ‘maatregelen’ omdat het uitgangspunt veel ruimer is dan enkel het gepleegde feit of de ernst ervan. Ook de persoon en houding van de jongere, alsook zijn context worden mee in rekening gebracht.
De wetswijziging hield bovendien in dat het streven naar herstel naar onder meer het slachtoffer toe, een belangrijk aandachtspunt werd.

We hebben het verder over ‘alternatieve maatregelen’.
Ze worden opgelegd of bevolen door de jeugdrechtbank en dit bij beschikking of bij vonnis. Het Hof van Beroep kan ze opleggen bij arrest. Aanleiding is steeds het plegen van een misdrijf, waarvan de jongere wordt verdacht en de beslissing van het Openbaar Ministerie (het parket van de procureur des konings) om te ‘vorderen’.
Dit ‘vorderen’ betekent onder meer dat men de Jeugdrechter vraagt een maatregel te nemen.
De Jeugdrechter kan dit onmiddellijk doen of bij herziening van vorige maatregelen. Dit heten dan ‘beschikkingen’ of ‘voorlopige maatregelen’.
De Jeugdrechter kan maatregelen ook op een openbare zitting uitspreken, waarbij dan ook geoordeeld wordt over de schuldvraag. Hier spreekt men de maatregel uit bij ‘vonnis’.
Men kan ook in beroep gaan tegen dit ‘vonnis’. Het Hof van beroep spreekt dan maatregelen uit die worden vastgelegd in een ’arrest’.

In de rechtspleging is het respecteren van ‘het vermoeden van onschuld’ een belangrijk rechtsprincipe.
Dit betekent dat men pas ‘schuldig’ is, wanneer daarover in een openbare zitting bij vonnis over werd geoordeeld. Dit is de reden waarom aardig wat jeugdrechters alternatieve maatregelen enkel bij vonnis willen opleggen. De wet laat evenwel toe dat leerprojecten als voorlopige maatregel worden opgelegd. En ook de gemeenschapsdienst kan met een maximum van 30u bij voorlopige maatregel als ‘onderzoeksmaatregel’ worden bevolen. Noem het een ‘testen' of 'nagaan’ van de jongere.
Het voordeel van het werken bij voorlopige maatregelen is dat er sneller na de feiten kan gereageerd worden met een alternatieve maatregel. De link tussen de maatregel en het plegen van de feiten is nog ‘warm’. De maatregel wordt in sterkere mate aanvaard. De zinvolheid van de alternatieve maatregel wordt als groter ervaren.

De gemeenschapsdienst is een maatregel waarbij de jeugdrechter het aantal uur bepaalt en dit tot een maximum van 150u (bij voorlopige maatregel tot maximum 30u). Het wordt in de wet een ‘prestatie van algemeen nut’ genoemd. De invulling van de gemeenschapsdienst gebeurt door de begeleidende dienst in overleg met de jongere en zijn ouders.
De leerprojecten kunnen wettelijk tot 45u duren. Opnieuw bepaalt de jeugdrechter door de aard van het project het aantal uren. In de praktijk bedraagt een standaardleerproject 20u... en een uitgebreid leerproject 40u.

Voor verdere info verwijzen we naar het aanbod van Gambas op deze website en naar www.osbj.be (zie jeugddelinquentie).